Het Openbaar Ministerie over autoverlichting

Verlichting

31 december 2009

Feit: op de autosnelwegen voelt 8% van de weggebruikers zich 's nachts onveilig, met name vanwege slechte verlichting.

Alle motorvoertuigen, bromfietsen en brommobielen moeten verlichting voeren, 's nachts en overdag bij slecht zicht, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.

Over verlichting bestaan nogal wat misverstanden. In het Voertuigreglement staat precies aan welke eisen een voertuig moet voldoen. Alle naar voren gerichte lichten moeten geel of wit zijn; alle naar achter gerichte verlichting moet rood zijn - alleen het achteruitrijdlicht mag geel of wit zijn. De mogelijkheden om daar vanaf te wijken en de verlichting naar eigen smaak aan te passen, zijn zeer beperkt. Zo is decoratieverlichting en verlichting onder de auto niet toegestaan. Onjuiste verlichting op het voertuig kan reden zijn voor afkeuring bij de APK.

Verplichting mistachterlichten op caravan of aanhanger

Mistlichten en (zij) markeringslichten zijn verplicht voor caravans en aanhangwagens met een toegestane maximum massa van niet meer dan 750 kilogram. Voor zwaardere aanhangwagens en caravans die in gebruik zijn genomen na 31 december 1997 geldt de verplichting al langer. De politie controleert hierop tijdens de reguliere controles. Er zijn uitzonderingen: zware caravans of aanhangwagens - met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg - die vóór 1 januari 1998 in gebruik zijn genomen, zijn niet verplicht om mistachterlichten te hebben. Caravans of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van 750 kg of minder - zijn niet verplicht om mistverlichting te hebben als het trekkend voertuig geen mistverlichting heeft. Fietslastdragers op de trekhaak hoeven geen mistlichten te hebben. Overigens blijft de regel van kracht dat mistverlichting alleen aangezet mag worden bij een zicht van 50 meter of minder.

Gebruik verlichting

Ook met het gebruik van de verlichting kan er veel mis gaan. Op de weg kom je bijvoorbeeld regelmatig mensen tegen die hun mistverlichting verkeerd gebruiken. Verkeerd gebruik van de verlichting kan een boete opleveren. Daarom een overzicht van wat wel en wat niet mag:

  • Dimlicht: overdag toegestaan en 's nachts verplicht. Vooral motorrijders doen er goed aan om altijd hun dimlicht te laten branden, zodat ze beter opvallen.
  • Groot licht: mag alleen 's nachts gebruikt worden, behalve bij tegenliggers of wanneer op korte afstand een ander voertuig wordt gevolgd (dus ook fietsers en bromfietsers). Onder deze voorwaarden mag groot licht zowel binnen als buiten de bebouwde kom gevoerd worden.
  • Dagrijlichten: mogen gevoerd worden bij daglicht en moeten automatisch worden gedoofd wanneer de dimlichten worden ontstoken. Dagrijlichten zijn te herkennen aan de lettercode RL op het lampglas.
  • Mistlichten: mogen alleen gevoerd worden als de weersomstandigheden daar aanleiding toe geven. De mistlichten voor mogen alleen branden bij mist, sneeuwval of regen, als daardoor het zicht ernstig wordt belemmerd. Het mistachterlicht mag alleen gevoerd worden bij mist of sneeuwval waardoor het zicht minder is dan 50 meter. Bij zware regen mag het mistachterlicht niet gebruikt worden.
  • Achterlichten en kentekenplaatverlichting: moet altijd gelijktijdig branden met grootlicht, dimlicht, stadslicht of mistlicht.
  • Parkeerverlichting: is verplicht bij parkeren buiten de bebouwde kom, 's nachts en bij slecht zicht overdag.
  • Breed- en verstralers: dit zijn geen begrippen die in de wet staan en formeel mag deze verlichting niet gevoerd worden. Als er een F of B in het lampglas staat, worden ze beschouwd als mistlichten. Ontbreekt die code, dan worden ze beschouwd als grootlicht. Als je deze lampen al gebruikt, zorg er dan voor dat je ze alleen gebruikt volgens de regels van mist- c.q. groot licht.

Bron: www.OM.nl

Winkelwagen

 x 

Winkelwagen is leeg