Wetgeving Xenon verlichting in Nederland

Wetgeving Xenon verlichting

Aangepaste wetgeving per 1-10-2009:

Vanaf 1 oktober is het niet meer strafbaar om met een motorvoertuig te rijden waarvan de codering van de lichtarmatuur niet in overeenstemming is met de voor die armatuur bestemde lamp (art. 5.*55 Rv).

Feitcode N 553 is per 1 oktober 2009 te vervallen. Het gaat hierbij om xenonlampen die later zijn ingebouwd waardoor de codering van de lamp niet overeenkomt met Xenon.

 

AANGEPASTE WETGEVING XENON:

Nieuwe eisen verlichting

Na invoering van de regel dat lichtarmaturen alleen mogen zijn voorzien van het type lamp waarvoor ze zijn goedgekeurd is gebleken dat er auto’s zijn goedgekeurd, met name Amerikaanse import en individuele toelatingen, waarop de juiste codering op de armaturen ontbreekt.
Hierdoor is handhaving op dit aspect niet meer eenduidig mogelijk. Daarom is overwogen de regel in te trekken. Dit zou dan deel uitmaken uit van een verzamelwijziging van de Regeling voertuigen waaraan nu wordt gewerkt en waarvan de inwerkingtreding is gepland voor 1 juli 2010. Intussen wordt er door de politie niet op gehandhaafd. Feitelijk betekent dit dat xenon-lampen in iedere koplamp kunnen worden geplaatst.

 

 

Nieuwe wetgeving omtrent Xenon verlichting per 1-05-2009

Voor personenauto's en bedrijfsauto's vanaf bouwjaar 2007 die zijn voorzien van dimlichten met gasontladingslampen geldt dat deze dimlichten :

  • Voorzien moeten zijn van een koplampreinigingsinstallatie waarmee het gehele of een deel van het lichtdoorlatende gedeelte van de koplamp wordt gereinigd
  • Ingeschakeld moeten blijven wanneer het grootlicht brandt
  • Voorzien moeten zijn van een niveauregeling (let op, dus geen automatische niveauregeling vereist. Handmatige regeling is voldoende) die de verticale helling van de lichtbundel automatisch aanpast aan de belading van het voertuig. Dit is niet van toepassing op voertuigen waarbij de verticale afstelling van de lichtbundel op andere wijze wordt aangepast aan de beladingstoestand van het voertuig.

Voor auto's die in gebruik zijn genomen voor 1 januari 2007 en die voorzien zijn van xenon-verlichting gelden deze eisen dus niet.

 

APK Keuring

Voor de APK hebben deze nieuwe regels geen gevolgen, omdat daar bij de APK niet op getoetst wordt. Voor de APK geldt dat het juiste lichtbeeld van de verplichte verlichting vooralsnog bepalend is.

 

Motorfietsen

Motoren kennen géén wetgeving op verlichting, behalve dat de verlichting nooit hinderend mag zijn voor de overige weggebruikers. Wij adviseren deze groep dan ook de koplamp afstelling goed na te zien of deze door een erkende dealer of xenon inbouwstation te laten afstellen.


Wetsartikel:

Keuringseisen

Artikel 10 lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.2.51 verplichte lichten en reflectoren

1 personenauto’s moeten zijn voorzien van:

  • a. 2 grote lichten
  • b. Twee dimlichten, met dien verstande dat indien het voertuig is voorzien van dimlichten met gasontladingslichtbronnen en in gebruik is genomen na 31 december 2006, deze lichtbronnen moeten voldoen aan de daaromtrent in aanvullende permanente eisen, artikelen 115 tot en met 118 gestelde eisen, alsmede voor de installatie daarvan;
  • c. Twee stadslichten…………….etc.

Artikel 115 Gasontladingslichtbronnen zijn lampen die gevoed worden door een (veel) hogere spanning dan de boordspanning. Er is in ieder geval sprake van een gasontladingslichtbronnen indien:

  • a. De lichtopbrengst van het dimlicht pas een moment na het inschakelen op maximale sterkte is;
  • b. De voedingsspanning van de dimlichtlamp verzorgd wordt via een hoogspanningstransformator, al dan niet voorzien van het volgende symbool.

Artikel 116 Dimlichten met gasontladingslichtbronnen zijn voorzien van een goed werkende koplampreinigingsinstallatie waarmee die gehele of een deel van het lichtdoorlatende gedeelte van de koplamp gereinigd wordt. De koplampreinigingsinstallatie wordt visueel gecontroleerd, waarbij de installatie in werking wordt gesteld.

Artikel 117 Bij de dimlichten met gasontadingslichtbronnen blijven de gasontladingslampen ingeschakeld wanneer het groot licht brandt.

Artikel 118

  1. Dimlichten met gasonladingslichtbronnen zijn voorzien van een niveauregeling, welke de verticale helling van de lichtbundel automatisch aanpast aan de belading van het voertuig.
  2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op voertuigen waarbij de verticale helling van de lichtbundel niet wordt beïnvloed door de belading van het voertuig.
  3. Aan de eis in als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt niet getoetst tijden de algemene periodieke keuring ten behoeve van de aangifte van een keuringsrapport.

Winkelwagen

 x 

Winkelwagen is leeg